Werkelijkheid, extreem dichtbij

Recensie

“Is dat echt geen foto?” vraagt een toeschouwer zich verbaasd af wanneer hij een afbeelding van een barbieachtige pop ziet. Het antwoord is bevestigend: het is geen foto, maar een hyperrealistisch olieverfschilderij van Tjalf Sparnaay. Het is één van de ongeveer vijftig werken die Museum de Fundatie momenteel van deze Nederlandse kunstenaar toont.

Door: Evert-Jan Pol

Tjalf Sparnaay (1954), Bakje patat, 1999 (detail), particuliere collectie. Foto: Evert-Jan Pol.

 

Tjalf Sparnaay (1954) maakt stillevens, maar niet van het soort dat we kennen uit de zeventiende eeuw. Zijn schilderijen tonen bakjes patat, blikjes cola, broodjes, gebakken eieren en zelfs een tampon. En menig object lijkt bedrieglijk echt. Alsof de schilder zijn penseel op magische wijze heeft gebruikt als camera.

Bij sommige schilderijen moest ik twee, drie keer kijken om mezelf ervan te verzekeren dat er geen fototoestel aan te pas was gekomen. Ook al wist ik vooraf dat daar geen sprake van was. Holland is zo’n werk dat mijn blik maar bleef trekken. Het doek toont een rek vol ansichtkaarten. Kaarten met mooie plaatjes van Nederland, waar toeristenwinkels vol mee liggen. Ze zijn zó trefzeker geschilderd dat veel ogen ze niet van echt kunnen onderscheiden.

Tjalf Sparnaay (1954) Vaatwasser, 1998. (detail), bruikleen van F.W. Huibregtsen. Foto: Evert-Jan Pol.

 

Sparnaay borduurt voort op de aloude Nederlandse traditie van het stilleven, maar met zijn alledaagse onderwerpen (zoals een gevulde vaatwasser en een verfrommelde kassabon) voegt hij daar een nieuwe dimensie aan toe. Door zijn onderwerpkeuze is hij te vergelijken met zijn illustere collega Andy Warhol, die soepblikken van Campbell’s vereeuwigde op doek. Maar waar het in het geval van Warhols blikken duidelijk om schilderijen gaat, is dat bij Sparnaays werk niet zelden minder evident. Zijn Vieze ketchupfles is enkele malen realistischer dan de blikken.

Tjalf Sparnaay (1954), Draadjesvlees, 2007 (detail), particuliere collectie. Foto: Evert-Jan Pol.

 

Op de zaterdagmiddag van mijn bezoek, is het dringen geblazen voor de verschillende opmerkelijke stillevens. Vooral de levensechte boterhammen en andere zeer geslaagde broodjes blijken populair. Sommige bezoekers staan bijna met hun neus tegen de doeken voor een zo goed mogelijk zicht op de voorstellingen.

Het is niet verwonderlijk dat de schilderijen vele bewonderende blikken trekken. Ze zijn prachtig en getuigen van een groot vakmanschap. Maar is het werk kunst of toch vooral een kunstje? Die vraag zou bij critici kunnen rijzen. Sparnaay schildert – hoe dat knap dat ook is – immers ‘gewoon’ een foto na, zouden ze als argument kunnen aanvoeren.

Tjalf Sparnaay (1954) Holland, 2000 (detail), particuliere collectie. Foto: Evert-Jan Pol.

Maar daarmee doe je de kunstenaar tekort. Hij beeldt namelijk niet puur de werkelijkheid af, maar voegt er iets aan toe. Hij vergroot zijn onderwerpen dusdanig dat ze de realiteit ontstijgen. Doordat Sparnaay de objecten megagroot schildert, kan hij veel aandacht besteden aan details, die dan ook erg goed uit de verf komen. De structuur van het draadjesvlees uit het gelijknamige schilderij is bijvoorbeeld perfect getroffen. De sappen komen bijna vrij en het water loopt je in de mond. Tenzij je vegetariër bent, dan gruwel je er wellicht van. Sparnaay brengt de werkelijkheid extreem dichtbij.

Closer – Het megarealisme van Tjalf Sparnaay, t/m 6 april in Museum de Fundatie, Zwolle

Waardering: @@@@@@@@@@

Share