De Nachtwacht in de grotten

De ingang van de kluis.

25 juni 1945: Medewerkers van het Rijksmuseum, gezeten op hun knieën, rollen de Nachtwacht uit op de binnenplaats van het museum. Daarmee kwam een einde aan het onderduikavontuur van Rembrandts beroemdste schilderij. Ongeveer drie jaar lang lag het opgerold in een kluis in de grotten van de Sint Pietersberg in Maastricht. Daar ontkwam het aan de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. De kluis bestaat nog steeds en is open voor publiek.

Tekst en foto’s: Evert-Jan Pol

Voordat de Nachtwacht in de Limburgse grotten belandde, had het al een flinke omzwervingstocht achter de rug. Al op 25 augustus 1939 sloot het Rijksmuseum de deuren vanwege de oorlogsdreiging. De Nederlandse regering had een dag eerder de voormobilisatie aangekondigd en vijftigduizend soldaten opgeroepen. De overheid besloot om het nationale kunstbezit uit voorzorg veilig te bewaren in schuilplaatsen. Het Rijksmuseum en andere musea werden daarom volledig ontruimd.

De schilderijen en andere werken werden eerst verspreid over kerken, scholen, kastelen en gemeentehuizen, voordat ze in het najaar van 1940 onderdak kregen in schuilkelders. Die waren speciaal voor de gelegenheid gebouwd in de duinen van Noord-Holland, bij Castricum, Heemskerk en Zandvoort. In het voorjaar van 1942 kwam de Nachtwacht uiteindelijk terecht in Rijksbewaarplaats nr. 9, zoals de kluis in de Sint Pietersberg officieel heet.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Hier bevond de Nachtwacht zich in de Tweede Wereldoorlog

Het bestaan van die schuilplek en de locatie ervan waren overigens geen geheim. Sterker nog: de nazi’s hadden de kluis zelf laten bouwen. Het was namelijk hun bedoeling de Nederlandse kunstschatten na de oorlog mee te nemen naar Duitsland. En er mocht uiteraard niets mee gebeuren. De Nachtwacht had in Rijksbewaarplaats nr. 9 gezelschap van andere beroemde topstukken, zoals Het straatje van Johannes Vermeer en De stier van Paulus Potter. Laatstgenoemd schilderij kwam vanuit het Mauritshuis in Den Haag naar Maastricht.

In totaal bood de kluis plaats aan zo’n achthonderd kunstwerken. Daaronder bevonden zich ook schilderijen van meesters als Hendrick Avercamp, Jheronimus Bosch, Paul Cézanne, Carel Fabritius, Frans Hals, Peter Paul Rubens en Jan Steen.

Politieagenten en suppoosten van het Rijksmuseum bewaakten de kunst tijdens de oorlog 24 uur per dag. Hoewel de kluis was gebouwd op initiatief van de Duitsers maakten de bewakers het de bezetter het niet altijd even makkelijk. Zo is er een verhaal over een Duitse generaal die de kluis wilde bezoeken. Militairen mochten alleen naar binnen zonder uitstekende voorwerpen, zoals revolvers. De generaal weigerde zijn wapens af te geven en mocht de schatkamer ook na hevig aandringen niet betreden. Dit tot zijn grote woede. “Ich will die Scheißkunst schon gar nicht mehr sehen”, zou hij boos hebben uitgeroepen.

(Verhaal gaat verder onder het kader)



Nachtwacht in houtskool

De originele Nachtwacht ligt al bijna 75 jaar niet meer in de grotten van de Sint Pietersberg, maar er is wel een kopie te zien. Kunstenaar Jules Sondeijker maakte die begin 1900 op ware grootte met houtskool op mergel. De tekening bevindt zich in het museum in grotten Zonneberg, waar ook andere grotkunstwerken te bewonderen zijn.

De Nachtwacht in houtskool van Jules Sondeijker uit begin 1900.

 



Tegenwoordig mag je gerust selfiesticks en mobiele telefoons meenemen. De kunstwerken schitteren immers al vele jaren weer in de musea. De kluis is gelukkig nog steeds te bezoeken, wel uitsluitend tijdens een rondleiding door een gids. Bezoekers krijgen eerst een kijkje in de kamer waar de bewakers de wacht hielden, waarna de rondleider de indrukwekkende, 20 centimeter dikke kluisdeur opent.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Roosterrekken in de kluis.

Dankzij roosterrekken in de gang oogt de ruimte nog steeds als een schilderijendepot. En twee hangende oude goudkleurige lijsten herinneren nog aan de rijkdom die de kamer meer dan zeventig jaar geleden vulde. Aan het eind van de gang staat in een nis een tafel met daarop een kleine reproductie van de Nachtwacht. Op die plek lag Rembrandts schuttersstuk drie jaar te wachten op het eind van de oorlog.

Voor de bezetter kwam dat eind overigens sneller dan verwacht. Maastricht werd op 13 en 14 september 1944 als eerste Nederlandse stad bevrijd. De Duitsers moesten halsoverkop vertrekken en hadden geen kans de kunst te roven. Die moesten ze achterlaten in de door hen zelf gebouwde veilige kluis. Geheel onbedoeld zorgden de nazi’s er dus voor dat we nu nog steeds van de Nachtwacht en al die andere topstukken kunnen genieten.

Wil je de kluis zelf bezichtigen? Dagelijks zijn er rondleidingen door de grotten Noord.

Dit artikel is geschreven naar aanleiding van een bezoek op uitnodiging van Visit Maastricht.

Share