De Nachtwacht heeft concurrentie van Marten en Oopjen

Er is iets aan de hand in de eregalerij van het Rijksmuseum. Het is betrekkelijk rustig voor de Nachtwacht. Je hoort het Frans Banninck Cocq en Willem van Ruytenburgh bijna denken: “Waar is iedereen?” De schutters hebben sinds gisteren hevige concurrentie van twee nieuwkomers die luisteren naar de namen Marten en Oopjen.

Tekst en foto’s: Evert-Jan Pol

 

Bezoekers kijken naar Marten en Oopjen.

Bezoekers kijken naar Marten en Oopjen.

 

Marten Soolmans en Oopjen Coppit lieten zich in 1634 portretteren door de succesvolle schilder Rembrandt van Rijn, met zijn 28 jaar slechts enkele jaren ouder dan zij waren. Het rijke stel was pas gehuwd en wilde zich vorstelijk laten afbeelden. Dat kon je wel aan de eigengereide kunstenaar overlaten.

Hij schilderde hen levensgroot, staand en ten voeten uit. Dat burgers zich zo lieten vastleggen, was uitzonderlijk. Alleen vorsten en andere mensen van adel stonden normaal in zijn geheel op een portret. Voor Rembrandt zelf was deze opdracht ook nieuw: Marten en Oopjen zijn de eerste en ook enige pendantportretten die hij ooit in dit monumentale formaat zou maken.

De portretten wijken ook af van andere vergelijkbare schilderijen vanwege de houding die de figuren aannemen. Net als hij jaren later op de Nachtwacht zou doen, portretteerde Rembrandt Marten en Oopjen niet statisch, maar speelde hij met beweging. Marten houdt een handschoen voor zich uit, alsof hij die iemand aanreikt. En Oopjen tilt haar jurk een beetje op.

 

De Nachtwacht heeft concurrentie van Marten en Oopjen.

De Nachtwacht heeft concurrentie van Marten en Oopjen.

 

De beweeglijke compositie en ook de minutieuze weergave van de rijke kostuums maken dat deze portretten bijzonder geliefd zijn. De negentiende-eeuwse Franse kunstcriticus Théophile Thoré was vooral helemaal weg van Oopjen, die hij de Mona Lisa van de Lage Landen noemde.

Hij zag de portretten in de Amsterdamse woning van het echtpaar Willem van Loon en Anna Louise Agatha van Winter. Zij had de schilderijen geërfd van haar vader, die ze in 1799 had gekocht van een handelaar. De Van Loons openden de deuren van hun huis aan de Herengracht geregeld voor bezoekers, zodat ook anderen konden genieten van onder meer Marten en Oopjen.

Met de verkoop van de portretten aan de Parijse bankier Gustave Baron de Rothschild kwam hier in 1878 een einde aan. Diens nazaten hadden de schilderijen tot 2016 in bezit. De laatste jaren hingen ze in een slaapkamer, een mooie intieme plek voor het jonge echtpaar.

Begin dit jaar kochten Frankrijk en Nederland de schilderijen samen aan voor in totaal 160 miljoen euro. Het is vrij uniek dat twee landen samen kunst verwerven. Dat zegt iets over de status van Marten en Oopjen, zoals de portretten nu al in de volksmond heten.

Het Louvre en het Rijksmuseum delen de ‘voogdij’ over de geliefden. Van 10 maart tot en met 13 juni verbleven ze in Parijs en tot en met 2 oktober is Amsterdam hun woonplaats. Daarna verhuizen ze naar het restauratieatelier van het Rijksmuseum. Daar krijgen ze een opfrisbeurt, waar ze na een verblijf in rokerige ruimtes wel aan toe zijn.

 

Marten en Oopjen hangen vlakbij de Nachtwacht.

Marten en Oopjen hangen vlakbij de Nachtwacht.

 

Na de restauratie keren de portretten terug naar de eregalerij, waarna ze weer naar het Louvre gaan. Beide musea tonen ze dan drie maanden. Vervolgens hangen ze vijf jaar in het Rijksmuseum en vijf jaar in het Louvre. Daarna schitteren ze om de acht jaar afwisselend in Amsterdam en Parijs.

Omdat Marten en Oopjen Rembrandts enige levensgrote pendantportretten zijn en daarmee zeldzaam, horen ze thuis in de eregalerij. Ze hebben een plek vlakbij dat andere topstuk, de Nachtwacht, dat nu even in de schaduw lijkt te hangen van het echtpaar. De rijen die normaal voor dat schuttersstuk staan, hebben zich nu iets naar links verplaatst.

Bezoekers verdringen zich voor een blik op de nieuwe aanwinsten. Iedereen wil de beste plek. Één man wil graag vrij zicht voor een foto en vraagt anderen of ze opzij willen gaan. Maar Marten en Oopjen zijn nu al razend populair en niemand heeft hen voor zich alleen.

Rembrandts Marten en Oopjen, t/m 2 oktober in de eregalerij van het Rijksmuseum, Amsterdam. Ter ere van de komst van de portretten is vandaag, zaterdag 2 juli, de toegang tot het Rijksmuseum gratis.

Share