De grote liefdes van Vereniging Rembrandt

taande figuur, 1947, Karel Appel, Cobra Museum voor Moderne Kunst, Amstelveen. Foto: Henni van Beek.

“Deze aankoop werd mede mogelijk gemaakt door de Vereniging Rembrandt.” Veel beschrijvingen bij kunstwerken in musea worden afgesloten met dergelijke zinnen. De vereniging viert haar 125ste verjaardag met een expositie in het Van Gogh Museum.

Aan het eind van de negentiende eeuw hadden musea te weinig geld om belangrijke Nederlandse kunstwerken te kopen en de overheid en voor de overheid was kunst geen prioriteit. Met als gevolg dat veel werk naar het buitenland verdween. Een groep bezorgde kunstliefhebbers richtte daarom in 1883 de Vereniging Rembrandt op om Nederlandse kunst van betekenis voor het vaderland te behouden.

Met de komst van de Vereniging Rembrandt fleurde het openbaar kunstbezit op. Dankzij de vereniging kwamen werken van bijvoorbeeld Rembrandt en Hendrick TerBrugghen terug naar Nederland.

Sinds begin vorige eeuw richt de vereniging zich ook op buitenlandse kunst. Dankzij haar kwamen er ook topstukken van kunstenaars als Francisco Goya, Marc Chagall en Pablo Picasso naar Nederlandse musea. In de afgelopen 125 jaar heeft de vereniging in totaal meer dan 2500 aankopen mede mogelijk gemaakt.

Daarvan zijn er nu 125 samengebracht voor deze tentoonstelling. De tentoonstelling laat de ontwikkeling zien van het aankoopbeleid van de vereniging. De aangekochte werken waren eerst voornamelijk klassiek en Nederlands (zoals De liefdesbrief van Johannes Vermeer), maar later ook buitenlands (De pier van Boulogne-sur-Mer van Edouard Manet) en zeer modern (video Washing hands van Bruce Nauman).

Wie langs de uiteenlopende kunstwerken loopt, beseft dat als Vereniging Rembrandt er niet was geweest de Nederlandse musea er van binnen heel anders zouden hebben uit gezien.

125 grote liefdes, t/m 18 januari 2009 in het Van Gogh Museum, Amsterdam

 

 

Share