Blockbuster vol bijzondere Rembrandts

Recensie

Na een zeer succesvolle eerste akte in de National Gallery in Londen opent deze week deel twee van Late Rembrandt in het Rijksmuseum. Wim Pijbes en de zijnen weten het zeker: “Wat we hier gaan zien is misschien wel het mooiste wat we ooit zullen zien”. Besmuikt gegrinnik stijgt op vanuit de verzamelde pers in de entreehal van de Philipsvleugel. De ‘on-Nederlandse’ aanpak is voor velen nog even wennen.

Door: Suzanne Sanders

Zaaloverzicht. Foto: Erik Smits.

 

De publiciteitsmachine is vol op stoom, en met nog een kleine week te gaan tot de officiële opening wordt de hype aangezwengeld tot ongekende hoogte. Met een voorbereidingstijd van tien jaar en een budget van 5 miljoen euro doet het Rijksmuseum met deze tentoonstelling een gooi naar het internationale niveau van een Metropolitan Museum, Tate, en inderdaad de National Gallery. De twee musea hebben hun krachten gebundeld om een indrukwekkende selectie van ruim honderd schilderijen, tekeningen en prenten uit de laatste fase van Rembrandts leven, van circa 1652 tot 1667, bij elkaar te brengen.

Rembrandt hield geen dagboek bij en was ook geen grote brievenschrijver. Uit officiële documenten wordt zoveel duidelijk dat hij, hoewel hij een succesvolle schilder was, zijn financiën minder goed voor elkaar had. In 1656 werd hij failliet verklaard en zag hij zich gedwongen zijn imposante woning op de Jodenbreestraat te verruilen voor een huis op de Rozengracht. Zijn vrouw Saskia van Uylenburgh en zoon Titus stierven vroeg en hij kreeg een buitenechtelijke relatie met zijn huishoudster Hendrickje Stoffels. Het leverde hen beiden afkeuring en scheve ogen op.  Ziehier het meeslepende levensverhaal van het artistieke genie dat tot de verbeelding sprekende aanknopingspunten biedt om in verband te brengen met zijn werk.

Rembrandt Harmensz. van Rijn, Badende vrouw, 1654. The National Gallery, Londen. Foto: Suzanne Sanders.

 

Ondanks deze reeks tegenslagen bleef Rembrandt trouw, of zelfs nog gepassioneerder vasthouden aan zijn vernieuwende losse schilderstijl. Het is een soort impressionisme avant la lettre waaraan museumbuurman Vincent van Gogh eeuwen later een voorbeeld nam. In de tentoonstelling wordt Rembrandts groeiende artistieke experimentele vrijheid gedurende deze late jaren verbeeld aan de hand van thema’s als contemplatie, innerlijke strijd, verzoening, zelfportretten en artistieke conventies. Het trefzekere impasto waarmee Rembrandt binnen twee verfstreken een zijden mouw, stoffen tulband of huidplooi tot leven wist te wekken, is bijzonder kenmerkend voor zijn late werk en vormt een leidraad die doorheen de hele tentoonstelling op indrukwekkende wijze losjes vervlochten wordt met zijn levensloop.

Het Joodse Bruidje met de pasteuze brokaten mouw, voor ons een oude bekende in de eregalerij, was in de National Gallery een grote hit. In Amsterdam wordt deze intieme scène gecomplementeerd met een voorstudie van een decennium eerder én een bijzondere bruikleen. Het Familieportret (ca. 1665) uit Braunschweig is één van de werken die alleen voor deze gelegenheid mochten afreizen naar de stad waar ze ooit tot stand kwamen. Alleen al de combinatie van deze huiselijke scène met ‘ons’ Bruidje maakt het het waard om de tentoonstelling te bezoeken.

Links: Rembrandt Harmensz. van Rijn, Isaak en Rebekka, bekend als Het Joodse bruidje, , ca. 1665 – ca. 1669, Rijksmuseum. Rechts: Rembrandt Harmensz. van Rijn, Familieportret, ca. 1665. Herzog Anton Ulrich-Museum, Kunstmuseum des Landes Niedersachsen, Braunschweig. Foto: Erik Smits.

 

Ook zijn andere dierbaren van de schilder als Jan Six (1654) en het portret dat hij van zijn zoon Titus (1656) maakte in deze zaal verenigd. Rembrandts tedere gevoelens voor Hendrickje hebben misschien wel hun weg gevonden in de intieme Badende vrouw (1654) en de briljante tekening van een Slapende jonge vrouw (ca. 1654).

Onder het thema ‘artistieke conventies’ is bijvoorbeeld te zien hoe Rembrandt voor zijn opdrachtgevers portretconventies tot op zekere hoogte volgde, maar in zijn toets volledig tegendraads te werk bleef gaan ten opzichte van de meer gepolijste werkwijze van collega’s als Samuel van Hoogstraten of Gerard Dou. In enkele ruwe, maar effectieve penseelstreken brak Rembrandt met zijn verf door het platte oppervlak heen om het innerlijke leven van zijn objecten zichtbaar te maken.

 

Links: Rembrandt Harmensz. van Rijn, Slapende jonge vrouw (Hendrickje Stoffels?), ca. 1654. The British Museum, Londen. Rechts: Rembrandt Harmensz. van Rijn, Titus aan de lezenaar, 1655. Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam.

 

De zelfportretten getuigen stuk voor stuk van een continue scherpte en meedogenloze blik, waarbij zijn waardigheid als kunstenaar boven alles ging. Een terecht hoogtepunt van de tentoonstelling vormt het zelfverzekerde en mysterieuze zelfportret met twee cirkels (ca. 1665-1669) uit Kenwood House, de trotse blik gericht op de Zelfmoord van Lucretia (1666) uit het Institute of Art Minneapolis aan de andere kant van de zaal. Rembrandt maakte met name in het laatste werk flink gebruik van het paletmes, dat indertijd een hoogst ongebruikelijke techniek was. Lucretia’s verdriet en de vertwijfeling waarmee ze zich vastklampt voordat ze sterft komen rechtstreeks binnenwandelen bij de kijker.

Rembrandt Harmensz. van Rijn, Zelfportret met twee cirkels, ca 1665-1669. Kenwood House, London, The Iveagh Bequest.

De tentoonstelling telt zoveel bijzondere werken dat ik het nu nog niet eens heb gehad over de series lumineuze etsen over het leven van Christus, of schetsen van het zestiende-eeuwse dagelijkse leven in Amsterdam. Niet over de Titianesque Juno (ca. 1662-1665) die uit Los Angeles over is gekomen, en ook nog niet over de imposante Samenzwering onder Claudius Civilis (1661-1662) uit Zweden die samen met de Nachtwacht ooit het Amsterdamse stadhuis sierde.

Dat bezoekers – ook museumkaarthouders – daarom € 7,50 bovenop de reguliere ticketprijs betalen voor de tentoonstelling is dus ook even wennen. Nog nooit heeft een tentoonstelling in Nederland zoveel geld gekost aan bruiklenen, verzekeringen, transport, catalogus en publiciteit. Desalniettemin is deze toegangsprijs nog redelijk voor een dergelijke expositie. Ter vergelijking: de National Gallery vroeg tussen de 9 en 18 pond voor de expositie alleen. Toegang tot het Metropolitan kost 25 dollar. Ik hoop van harte dat deze blockbuster het Rijksmuseum op deze manier ook uitzicht biedt op meer van dit soort, en hopelijk ook verdieping van andere onderwerpen. Gaat dat zien!

Late Rembrandt, 12 februari 2015 t/m 17 mei in het Rijksmuseum, Amsterdam

Waardering: @@@@@@@@@@

Meer van Suzanne Sanders

Share