Bep Rietvelds portretten met een lach en een traan

Recensie

Kunstenares Bep Rietveld belandde in de Tweede Wereldoorlog in verschillende Japanse interneringskampen in toenmalig Nederlands-Indië. Dat belette haar niet om te blijven schilderen en tekenen. In de kampen portretteerde ze kinderen. Een selectie is nu te zien in Museum Flehite in Amersfoort.

Tekst en foto’s: Evert-Jan Pol

Bep Rietveld, Marijke Ferguson met haar kinderen, 1954, privécollectie.

Elisabeth (Bep) Rietveld (1913-1999) was de oudste dochter van meubelontwerper en architect Gerrit Rietveld. Wellicht niet heel verwonderlijk daarom dat al op jonge leeftijd bleek dat ze teken- en schildertalent had. Ze was pas vijftien toen ze al schilderlessen kreeg van Charley Toorop, zelf ook dochter van een beroemde vader (Jan Toorop).

Toorop liet Bep kennismaken met allerlei kunstvormen en moedigde haar aan zich verder in het schilderen te bekwamen. Dergelijke stimulering kreeg ze niet van vader Gerrit, want die had zich van de schilderkunst afgekeerd. Volgens hem had die met de abstractie van Mondriaan haar hoogtepunt bereikt.

Zaaloverzicht.

Bep Rietveld dacht daar anders over en werd toch kunstschilder. En niet zonder succes: ze verdiende de kost met het maken van portretten in opdracht.

Dat bleef ze ook doen nadat ze in 1937 met haar zoontje Fons was verhuisd naar Nederlands-Indië (het huidige Indonesië). Daar trouwde ze met jeugdvriend Dennis Coolwijk, met wie ze drie kinderen kreeg, van wie er één kort na geboorte overleed.

Hoewel ze moest wennen aan het “heel andere licht” pakte ze in hoofdstad Batavia (nu: Jakarta) de schilderskwasten weer op. Ze maakte er portretten en stillevens en gaf schilderles. Van de plaatselijke pers kreeg ze in 1941 goede kritieken na haar deelname aan de tentoonstelling Het vrouwelijk palet bij Kunstkring Batavia.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Links: Elisabeth met sSteltmanstoel en vaas met bloemen (1981, privécollectie). Rechts: Jos van der Lans op Rood-blauwestoel (1979, privécollectie). Midden: Rood-blauwe stoel van Gerrit Rietveld.

Bep Rietveld, De twee violisten, Elsie en Elisabeth, 1987, privécollectie.

Bep Rietveld, Fons Seijler 11 jaar, 1944, privécollectie.

Alles veranderde toen ze eind 1943 met haar drie kinderen in een Japans interneringskamp belandde cin een vrouwenkamp; haar echtgenoot kwam terecht in een mannenkamp. Dit belette haar echter niet om toch door te blijven tekenen. Met krijt tekende ze op elk stuk papier dat ze te pakken kon krijgen.Tot het einde van de Tweede Wereldoorlog maakte ze meer dan honderd portretten van medegevangenen en hun kinderen. Die waren soms het enige aandenken voor de moeders aan hun overleden kinderen of hun zonen die werden weggevoerd naar de mannenkampen.

Van de vele kampportretten die ze tekende, zijn er inmiddels 32 boven water gekomen. Martine Eskes, een van de dochters van Rietveld, speurde de afgelopen jaren stad en land af om uit het oog verloren werken van haar moeder te vinden en te fotograferen voor een digitaal overzicht. De NOS maakte over deze zoektocht de documentaire De kampportretten van Bep Rietveld.

Eskes wist zo’n 100 tekeningen en schilderijen op te sporen, waardoor de collectie nu bestaat uit 370 werken. Museum Flehite toont een ruime selectie van ongeveer 100 stuks, waaronder alle nu bekende kampportretten.

Bep Rietveld, Carla van Kessel, Batavia (links) en Arnold van Kassel, Batavia, 1943, privécollectie.

Wie de prachtige portretten ziet, zal niet direct denken dat ze gemaakt zijn in een interneringskamp. De ingrijpende begeleidende teksten maken duidelijk dat er meer achter steekt. Te zien zijn onder meer de portretten van Carla en Arnold van Kessel. Toen Rietveld hen tekende wisten ze nog niet dat ze hun vader nooit meer zouden zien. Pas na de bevrijding kwamen ze erachter dat die al in 1943 was geëxecuteerd omdat hij had geweigerd een loyaliteitsverklaring te ondertekenen.

Ook aangrijpend is het verhaal van de elfjarige Fons Seijler. Een dag nadat Rietveld hem had geportretteerd werd hij afgevoerd naar een mannenkamp. Alle jongens van tien jaar en ouder kwamen uiteindelijk in een dergelijk kamp terecht.

Bep Rietveld, Tekeningen van Irene, 1985, privécollectie.

Hoewel het verblijf in de kampen ongetwijfeld zijn sporen naliet, is daar in Rietvelds latere werk niets van te merken. Ze ging verder met het maken van portretten, alsof er niet was gebeurd. De tentoonstelling is er daardoor één met een lach en een traan. Heel vrolijk bijvoorbeeld, is een stilleven dat deels bestaat uit kindertekeningen van een zekere Irene.

De werken − stuk voor stuk mooi en soms aandoenlijk − bewijzen dat Bep Rietveld een zeer getalenteerd kunstenares was, die met gemak uit de schaduw van haar beroemde vader kan treden. Die overigens in menig portret terugkomt, in de vorm van een stoel of ander meubel.

Bep Rietveld, t/m 24 januari 2021 in Museum Flehite, Amersfoort

Waardering: @@@@@@@@@@

Share