Veel variatie in fijne expositie Nieuwe Wilden

Recensie

Met twee exposities over Duits expressionisme had ik vooraf al een favoriet. Want ‘klassiek’ expressionisme was ongetwijfeld veel mooier dan de nieuwe versie uit de jaren 80. Toch? Ik had het niet vaker zó mis. Nieuwe Wilden in het Groninger Museum is een juweel van een tentoonstelling.

Tekst en foto’s: Evert-Jan Pol

 

Peter Angerman, Pätterndorf, 1980, latex op bedrukte stof, Da Vinci Künstlerpinselfabrik Defet.

Peter Angerman, Pätterndorf, 1980, latex op bedrukte stof, Da Vinci Künstlerpinselfabrik Defet.

 

Twee hoofdsteden verderop, in Zwolle, staat in Museum de Fundatie nog tot en met 18 september de kunst van Brücke en Der Blaue Reiter centraal. Deze Duitse kunstenaarsgroepen, ofwel de Wilden, zetten in de eerste decennia van de twintigste eeuw de kunstwereld op haar kop met het expressionisme. De Nieuwe Wilden  – nu te zien in het Groninger Museum – deden vele jaren later hetzelfde.

Wat de punk was voor de popmuziek, was het neo-expressionisme voor de beeldende kunst. Abstractie maakte in de jaren 60 en 70 de dienst uit en bijna niemand had verwacht dat de figuratieve, expressionistische schilderkunst zo sterk zou terugkomen. Dat gebeurde wel, in meerdere landen tegelijk, en nergens op zo’n brede schaal als in het toenmalige West-Duitsland. Daar vormden zich groepen jonge kunstenaars die rauwe, provocerende en humoristische schilderijen maakten.

 

Walter Dahn, De geboorte van de Mülheimer Freiheit, latex op linnen, Paul Maenz, Berlijn.

Walter Dahn, De geboorte van de Mülheimer Freiheit, latex op linnen, Paul Maenz, Berlijn.

 

Een van die groepen was de Mülheimer Freiheit, genoemd naar de gelijknamige straat in Keulen waar ze in oktober 1980 ontstond. De zes leden wilden ‘onacceptabele’ kunst maken, die banaal, absurd en idioot was. Hoe slechter iets geschilderd was, hoe beter ze het vonden.

Het schilderij De geboorte van de Mülheimer Freiheit van Walter Dahn laat goed zien wat ze daarmee bedoelden. De voorstelling van een duivel met een pasgeboren kind in de handen is mooi van lelijkheid. De grijnzende satanische figuur symboliseert perfect het doel van de Nieuwe Wilden: ze gooiden de boel overhoop en hadden daar de grootste lol in.

(Tekst gaat verder onder de foto’s)

Zaaloverzicht.

Zaaloverzicht.

Albert Oehlen, Zonder titel, 1982, olieverf op linnen, Deichtorhallen, Hamburg.

Albert Oehlen, Zonder titel, 1982, olieverf op linnen, Deichtorhallen, Hamburg.

Bernd Zimmer, Koeienschedel, 1981, olieverf op linnen, Deutsche Bank.

Bernd Zimmer, Koeienschedel, 1981, olieverf op linnen, Deutsche Bank.

 

Provocatie schuwden ze ook niet, getuige enkele nogal seksueel expliciete schilderijen in de tentoonstelling. Werner Büttner schilderde een wel heel bijzonder zelfportret: masturberend in de bioscoop. Zijn stijve geslachtsdeel duwt hij bijna in het gezicht van de toeschouwer. En Salomé schotelt ons een wilde orgie voor.

U durft bijna niet meer naar het Groninger Museum? Nergens voor nodig, want het aanbod van de Duitse neo-expressionisten is enorm gevarieerd. We zien landschappen en stadsgezichten (heel fraai is het uitbundige Pätterndorf van Peter Angerman), lieflijke familievoorstellingen (maar dan wel met aureolen boven de hoofden) en bijzondere portretten. Wonderschoon is What a coincidence! Van Milan Kunc. Onder meer een waslijn, zon, appel en waterput vormen samen een oogstrelend vrouwengezicht.

Milan Kunc, What a coincidence!, 1985, olieverf op doek, Groninger Museum.

Milan Kunc, What a coincidence!, 1985, olieverf op doek, Groninger Museum.

Mülheimer Freiheit zou dit schilderij waarschijnlijk in de prullenbak hebben gesmeten wegens veel te mooi en dus slecht. De duivel van Dahn en het toevallige portret van Kunc verschillen als dag en nacht, maar expressief zijn ze beide. Het neo-expressionisme van de Nieuwe Wilden kende vele gezichten, wat het Groninger Museum goed laat zien in deze fijne tentoonstelling, die mij voortdurend verraste.

Nieuwe Wilden, t/m 23 oktober in het Groninger Museum

Waardering: @@@@@@@@@@

Share