Heerlijk expressieve schilderijen uit Bergen

Recensie

Het is de droom van elke museumdirecteur: een grote collectie kunstwerken krijgen van een verzamelaar. Jan Rudolph de Lorm van Singer Laren overkwam het. Renée Smithuis schonk het museum 81 werken. De schenking vormde de aanleiding voor een grote expositie over de Bergense School.

Door: Evert-Jan Pol

Jaap Weijandt (1886-1960), Discours sur la guerre dans la troisième classe (Treincoupé), 1918, Singer Laren, schenking Renée Smithuis. Foto: Evert-Jan Pol.

Jaap Weijandt (1886-1960), Discours sur la guerre dans la troisième classe (Treincoupé), 1918, Singer Laren, schenking Renée Smithuis. Foto: Evert-Jan Pol.

 

De keuze van Smithuis voor Singer Laren als begunstigde is enerzijds opmerkelijk en anderzijds juist weer niet. Ze is opmerkelijk omdat het Nederlands expressionisme – want daar hebben we het over – nog geen belangrijke rol speelde in het museum. De Lorm ziet de gift daarom als een “unieke kans” om een nog onontgonnen verzamelgebied te verkennen.

De schenking is weer heel logisch gezien de lange en goede band die Smithuis heeft met Singer Laren. “Toen ik zeven jaar geleden directeur werd, kwam ze direct langs om kennis te maken”, vertelt De Lorm. Het museum maakte al eens een expositie in samenwerking met haar.

De nieuwe collectie misstaat overigens geenszins in het museum. Want dat bezat al het nodige impressionisme en het expressionisme van de schilders van de Bergense School is een directe reactie op dat impressionisme. Geïnspireerd door de Franse kubistische schilder Henri le Fauconnier rekenden kunstenaars als Charley Toorop, Leo Gestel en Piet en Matthieu Wiegman daar maar al te graag mee af.

Charley Toorop (1891-1955), Villa met vijver, 1915 (detail), particuliere collectie. Foto: Evert-Jan Pol.

Charley Toorop (1891-1955), Villa met vijver, 1915 (detail), particuliere collectie. Foto: Evert-Jan Pol.

 

Kort voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog trokken zij en andere jonge kunstenaars naar Bergen in Noord-Holland. Daar ontwikkelden ze hun nieuwe schilderkunst, die ze verklaarden in een manifest. Daarin stond onder meer dat de kijker gerust mag zien dat een schilderij bestaat uit verf. En daar slaagden ze rijkelijk in; de verfklodders springen soms bijna letterlijk uit de heerlijk expressieve en daardoor indrukwekkende doeken.

Omdat Le Fauconnier een kubist was, is het Bergense expressionisme verwant aan het kubisme. De schilderijen kenmerken zich door hoekige krachtige vormen. Daarmee heeft het werk van de Bergense School een heel eigen karakter.

Henri le Fauconnier, Le Songe du Vagabond, 1916-1917, Singer Laren, schenking Renée Smithuis. Foto: Evert-Jan Pol.

Henri le Fauconnier, Le Songe du Vagabond, 1916-1917, Singer Laren, schenking Renée Smithuis. Foto: Evert-Jan Pol.

 

Le Fauconniers spel met licht en donker liet duidelijk ook zijn sporen na in het werk van de schilders. Het absolute hoogtepunt op de expositie in Laren is zijn imposante drieluik Le Songe du Vagabond. Enkele objecten en figuren lichten opvallend op in deze verder vrij donkere voorstelling. Alsof de kunstenaar ze met een lamp in de schijnwerpers zette. Sommige ‘Bergense’ collega’s speelden ook met dit effect. Wie vanaf een afstand naar Piet Wiegmans Biljarten in Limburg kijkt, ziet duidelijk een felle rode biljartbal, als een heldere planeet aan de nachtelijke hemel. De rest van het doek lijkt dan in nevelen gehuld.

In Villa met vijver liet Charley Toorop het witte huis uit de titel oplichten. Het ligt verscholen achter een rij met bomen. Maar dankzij intelligent kleurgebruik wist ze het naar voren te halen. Het gebouw springt direct in het oog.

Jemmy van Hoboken (1900-1961), Herderinnetje in 't Zwarte Woud, 1928, Singer Laren, schenking Renée Smithuis. Foto: Evert-Jan Pol.

Jemmy van Hoboken (1900-1961), Herderinnetje in ’t Zwarte Woud, 1928, Singer Laren, schenking Renée Smithuis. Foto: Evert-Jan Pol.

De twee laatstgenoemde werken horen niet bij de schenking, maar zijn bruiklenen. Het museum toont ze om het verhaal van de Bergense School zo volledig mogelijk te kunnen vertellen. Het besteedt om die reden ook aandacht aan De Ploeg, de Groningse groep expressionisten die na de Bergense School opkwam. De schilderijen in dit hoofdstuk wijken sterk af van die uit Bergen. Ze tonen nog eens extra aan dat de Bergense School een zelfstandige stroming was. En geen kunstenaarskolonie, zoals vaak ten onrechte wordt gedacht.

Bergense School. De eerste Hollandse expressionisten, t/m 29 november in Singer Laren

Waardering: @@@@@@@@@@

Share